(fragment uit het hoofdstuk "De Puurheid van de informant")
Het is een heilloze weg journalisten te willen onderscheiden van niet-journalisten. Om nog maar te zwijgen over de toevoeging van “burgerjournalisten”, de term waarmee de professionals de goed bedoelde (maar in hun ogen nooit zo perfecte) pogingen van amateurs om journalistieke activiteiten te ontplooien, proberen te vangen. Zelfs de beste journalist maakt wel eens een uitglijder en de braafste burger ontplooit wel eens een journalistiek hoogstandje. En voor de rest zijn inmiddels wel héél veel mensen in de volle openbaarheid bezig met nieuws of andere “publicaties over actuele zaken”; precies de omschrijving die, zeker in de ogen van het niet-journalistieke publiek, de titel journalist zou kunnen rechtvaardigen.
Journalistiek is er in alle soorten en maten. Journalisten en niet-journalisten hebben soms overeenkomende gedaanten. Ook de media waarvoor ze werken herbergen meestal een mengelmoes van functies: feiten, achtergronden, opinie en vermaak staan er dwars door elkaar heen. Logisch ook, een krant met alleen feiten of alleen vermaak zal het niet lang redden. Maar hoe dan ook maakt dat alles het ondoenlijk te willen bepalen of een medium of een journalist wel echt journalistiek is. Wie het probeert, komt gegarandeerd na de eerst bocht met zichzelf in de knoop.
Het enige dat wel nog kan om in de buurt te kunnen komen van de herkenning van “puur” journalistiek werk, is een focus op de specifieke journalistieke productie zelf in plaats van op de persoon die het uitvoert of het platform waarop het verschijnt. Waarbij het ultieme doel in alle gevallen een goed geïnformeerde maatschappij is.